Skip to main content
Weather Data Source: Wettervorhersage Agadir 30 tage

Gepubliceerd: 03 januari 2026

Mohamed Louizi: "Waarom ik de Moslim Broederschap heb verlaten"

Update: 03 januari. Mohamed Louizi (Casablanca, 1978) was in Marokko acrief lid van de islamitische partij PJD (Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling) en in Frankrijk bestuurslid de UOIF (Unie van Islamitische Organisaties). Hij verliet de groep en schreef een boek over zijn ervaringen: “Pourquoi j’ai quitté les frères musulmans”. In dit interview blikt hij terug op zijn leven en zijn zoektocht naar een verlicht islam. Een uitgebreide versie van het interview verscheen in december 2025 in het Frans (PDF document). 

U bent sinds 2007 actief in Frankrijk waar u de islamitische bewegingen op de voet volgt. In uw biografie uit 2016 schrijft u dat jonge moslims in Europa vastlopen tussen de klassieke islamitische literatuur en moderne interpretaties door islamisten. Een serieuze analyse is nodig om het islamitische geloof te onderscheiden van politieke verhalen van islamitische organisaties zoals de Moslim Broederschap. Wat bedoelt u hiermee?

Ik wil uw lezers er graag aan herinneren dat ik zelf vóór 2007 in het web van de politieke islam verstrikt ben geraakt. Ik was eerst in Marokko tussen 1991 en 1999 lid van de islamisten al-Adl Wa al Ihsane. Ik sloot me aan bij een van hun cellen in Hay Mohammadi, Casablanca. Later verhuisden we naar Boujniba waar ik me aansloot bij de kringen van al-Islah Wa al Tajdid-beweging, die later al-Tawhid Wa al Islah werd, afgekort als MUR (Beweging voor Eenheid en Hervorming) na de fusie met een andere islamitische beweging.

In 1996 en 1997 keerde ik terug naar Casablanca, deed mijn eindexamen en sloot ik me aan bij de partij van Abdelkrim al-Khatib (Volksdemocratische en Constitutionele Beweging), die later de PJD (Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling) werd. Ik nam actief deel aan de eerste parlementsverkiezingen in 1997. Ik zat in de groep van de kandidaten Mustapha El Haya en Abou Zayd al-Mokri al-Idrissi. Tussen 1997 en 1999 was ik lid van de studentenafdeling van de beweging aan de Faculteit der Wetenschappen en Technologie (FST) in Mohammedia waar ik gekozen werd tot bestuurslid van de UNEM (Nationale Studentenunie van Marokko).

In 1999 verliet ik Marokko om in Frankrijk te gaan studeren. Bij aankomst in Lille sloot ik me aan bij de afdeling van de Moslim Broederschap en haar studentenvereniging, de EMF (Moslimstudenten van Frankrijk), waar ik voorzitter was van afdeling Noord-Frankrijk. Tegelijkertijd bekleedde ik andere functies bij de moskee in Villeneuve d'Ascq en binnen het bestuur van de LIN (Islamitische Liga van het Noorden). In oktober 2006 heb ik al mijn functies neergelegd en de organisatie definitief verlaten. Ik heb daar geen spijt van gehad.

In mijn biografische essay “Waarom ik de Moslim Broederschap verliet” uit 2016, leg ik onder andere de evolutie van mijn denken uit, mijn twijfels en de diepgaande redenen om alle banden met islamisten te verbreken en mijn gewetensvrijheid en vrijheid van meningsuiting terug te winnen. In maart 2007 lanceerde ik mijn blog "Schrijven zonder censuur" om de balans op te maken van vijftien jaar betrokkenheid bij de politieke islam. Ik schrijf om te waarschuwen voor de gevaren van het islamisme voor het individu, de samenleving en de wereld.

Tijdens mijn spirituele zoektocht om mijn existentiële angsten te overwinnen realiseerde ik me dat islamisme God gebruikt om een dominante geloofsovertuiging te spreiden. God was niet de horizon van hoop maar een gereedschapskist om mensen te onderwerpen en landen te domineren. In de maanden voorafgaand aan mijn ontslag verzette ik me tegen elk idee van onderwerping. In mijn ogen had God geen behoefte aan onderdanige slaven. Ik heb me bevrijd van het idee dat de islam gelijk staat aan onderwerping. De vrije mens in mij is ontwaakt, gaf zich vrijwillig over aan God zonder zich te onderwierpen het project van de Moslim Broederschap. Ik kwam tot de conclusie dat, hoewel de fundamentele tekst, de Koran, uniek was, de geloofsovertuigingen eromheen talrijk waren. Van al die verhalen had slechts een verhaal de strijd om de ideeën gewonnen: de politieke islam.

Dit was echter niet het verhaal van mijn grootvader, Sidi, aan wie ik in mijn biografische essay heb voorgedragen. De islam van Sidi was niet te vergelijken met die van de Moslim Broederschap. Daarom bleef ik zijn pad onderzoeken en tot de conclusie kwam dat een apolitieke islam ook kon bestaan ​​en een verhaal kon hebben dat even authentiek als humanistisch was. Dit is de boodschap die ik probeerde over te brengen op ouders en jongeren in mijn pleidooi voor een apolitieke islam.

U werd na de publicatie van uw biografie geregeld door de media en de politiek geraadpleegd. Heeft u bijgedragen aan het rapport van het Ministerie van Binnenlandse Zaken "Moslim Broederschap en politiek islamisme in Frankrijk" uit mei 2025? Wordt de stem van moslim schrijvers zoals u meegenomen in het debat over islamisme in Frankrijk?

Mijn biografie “Waarom ik de Moslim Broederschap verliet” werd in het rapport uit mei 2025 geciteerd. Bijna de helft van de biografie gaat over mijn ervaringen binnen de Moslim Broederschap. De rest gaat over de analyse van plannen, bewijsvoering en beschrijvingen van projecten om de ideologie van de Moslim Broederschap in Frankrijk te spreiden. 

Dat is wat ik Tamkeen noem (Arabisch woord; betekent versterken, voorzien van…). De Moslim Broederschap is bezig infrastructuur aan te leggen om de eigen ideologie in Frankrijk en Europa te versterken. Op basis van interne en geheime documenten van de beweging heb ik de fasen van het project beschreven om het Westen te islamiseren waarbij prediking, de bouw van moskeeën, particuliere instellingen enzovoort slechts één stap is in een lang proces.  Ik heb ook de reacties van de Moslim Broederschap op kritiek toegelegd zoals slachtofferschap, geheimhouding, infiltratie, geweld… afhankelijk van de omstandigheden en de noodzaak van de situatie. De organisatie past zich aan en denkt dat haar ideologie nooit zal verdwijnen.

Aan het begin hebben de media mijn waarschuwingen genegeerd maar dat is geleidelijk aan het veranderen. In 2016 werd ik uitgenodigd in de Assemblée Nationale (Het Franse Lagerhuis) om mijn essay aan een groep parlementsleden te presenteren. Datzelfde jaar ontmoette ik in Brussel een vertegenwoordiger van de Europese Commissie, verantwoordelijk voor veiligheidszaken aan wie ik mijn autobiografische essay overhandigde, samen met aanvullende documenten. Eind januari 2020 werd ik als getuige opgeroepen voor de Franse Senaat als onderdeel van de onderzoekscommissie naar de reacties van overheidsinstanties op de ontwikkeling van islamitische radicalisering en de middelen om deze te bestrijden, waarvan het rapport in juli 2020 werd gepubliceerd.

Tijdens de presidentsverkiezingen van 2022 heb ik schriftelijke voorstellen naar alle kandidaten gestuurd. Alleen Eric Zemmour, de kandidaat van Reconquête, nodigde me uit voor een gesprek. De staat verzocht mij om een ​​analyse te maken van "islamitisch privé onderwijs" onder controle van de Moslim Broederschap. In 2024 ontmoette ik Pascal Courtade, bestuurder van regio Lille, in het kader van zijn veldonderzoek. Hij had de opdracht gekregen om een rapport over islamisme op te stellen. In mei 2025 werd ik door een werkgroep onder leiding van senator Jacqueline Eustache-Brinio geïnterviewd. De groep heeft zojuist het rapport "Islamisme: een obstakel voor onze nationale cohesie" gepubliceerd.

In juli 2025 heeft het secretariaat van de "Commissie onderzoek naar de bestaande banden tussen vertegenwoordigers van politieke bewegingen en organisaties en netwerken die terroristische acties steunen of islamitische ideologie verspreiden" mij uitgenodigd om te getuigen. Ik moest om gezondheidsredenen afzeggen.

Ik ben ervan overtuigd dat de staat en de officiële instellingen de existentiële dreiging door het islamisme waarmee Frankrijk wordt geconfronteerd beginnen te onderkennen. In de media, met name links en extreemlink, wordt de bewustwording van het gevaar vertraagd door de lobby van islamitische netwerken uit binnen en buiten Frankrijk.

Na de publicatie van het rapport in Frankrijk stelden sommige politieke partijen in Nederland voor om de Moslim Broederschap te verbieden. Het voorstel werd in oktober 2025 net niet aangenomen met een verschil van twee stemmen: 73 voor, 75 tegen. Wat hebben de Fransen goed gedaan dat buurlanden zoals Nederland zou kunnen inspireren?

Het verbod op de Moslim Broederschap is weliswaar wenselijk maar blijft symbolisch en onvoldoende. Frankrijk is nog niet in staat om op dit gebied een voorbeeld te zijn. Tegengestelde krachten in het land maken overheidsbesluiten soms teniet. Uitspraken van rechters, van de Raad van State, van de Constitutionele Raad of van de Europees Hof voor de Rechten van de Mens verwerpen of herroepen wetten en decreten tot grote vreugde van islamisten.

Ik kan echter wijzen op de effectiviteit van de wet van 15 maart 2004, die het dragen van religieuze symbolen in openbare scholen, middelbare scholen en hogescholen verbiedt. Een andere wet werd op 11 oktober 2010 aangenomen die het volledig bedekken van het gezicht in openbare ruimten verbiedt. Ten slotte er is nog een de wet uit 4 augustus 2021 die het respect voor de normen en waarden van de Republiek voorschrijft. De wet staat toezicht op religieuze verenigingen en gebedshuizen toe. Het geeft de staat juridische middelen om het monitoren en uitzetten van extreme imams en het sluiten van ruimtes waar islamitisch extremisme wordt gepropageerd.

Dit alles is een stap in de goede richting maar verre van voldoende. Want het islamitische project is een allesomvattend project gericht op het op lange termijn ondermijnen van de staat, de samenleving en de fundamenten van de westerse beschaving. Een reactie van de staat is noodzakelijk maar is onvoldoende. Een reactie van de samenleving als geheel is nodig.

Sommige landen hebben de Moslim Broederschap verboden, zoals Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten, Jordanië en meer recent de Verenigde Staten. In Marokko tolereerde het regime hun deelname aan verkiezingen in 2011 op voorwaarde dat ze de spelregels accepteerden. De PJD accepteerde de regels maar verloor desondanks de verkiezingen van 2021. Wat onderscheidt islamisten in Marokko van die in andere landen?

Niets onderscheidt de islamisten van de Moslim Broederschap in Marokko van die in de rest van de wereld. Ze delen dezelfde ideologie, dezelfde taal, dezelfde doelen, dezelfde droom van een kalifaat, hetzelfde verhaal, dezelfde idealen… Maar ik denk dat Marokko een bijzondere geschiedenis heeft die het land een uitzondering maakt.  De staat voert een weloverwogen en pragmatische aanpak om een ​​totalitaire ideologie van het islamisme op intelligente wijze te bestrijden en op verschillende manieren te neutraliseren, niet alleen door middel van veiligheidsmaatregelen.

Een analyse van de reacties van de regimes in verschillende landen in de regio levert diverse lessen op. Twee belangrijke benaderingen springen eruit. Enerzijds heb je de directe en repressieve methode zoals toegepast door Gamal Nasser (1918-1970) in Egypte en Habib Bourguiba (1903-2000) in Tunesië. Beide regimes waren erop gericht om islamitische netwerken met geweld te neutraliseren. Dat heeft paradoxaal genoeg de islamisten in staat gesteld de rol van slachtoffer te spelen. Dat heeft ze versterkt en tot een heropleving van islamisme geleid.

Anderzijds heb je de meer genuanceerde aanpak van Marokko. Het land combineert  vastberadenheid met geleidelijke afzwakking. Een combinatie van autoritaire acties en pogingen om islamisten op de lange termijn in diskrediet te brengen. Zo wordt het islamitische discours regelmatig aan de kaak gesteld vanwege corruptie, seksschandalen, incompetentie in het openbaar bestuur en machtsmisbruik. Door de toenemende controverses is hun populariteit afgenomen, hun achterban trekt zich terug en hun verhaal werd onaantrekkelijk. Dat ging gepaard met de val van een paar emblematische figuren.

Islamisten die de religieuze identiteit gebruiken om zichzelf te presenteren als verdedigers van de samenleving worden bestreden door een scherp oplettend staatapparaat onder het gezag van Koning Mohammed VI. De bevolking ziet hem als garant van de eenheid, onafhankelijkheid en soevereiniteit van het land.

Omar Amkasou, lid van de Al Adl wa Al Ihsane-groep, gaf in januari 2025 een interview op YouTube (inmiddels verwijderd). Hij verklaarde dat zijn beweging ontevreden was over het beleid van de koning en betoogde dat de monarchie onverenigbaar is met de islam. Kort voor het publiceren van het interview heeft zijn groep een islamitisch manifest gepubliceerd. Daarin werd aangekondigd dat de groep voor het eerst sinds de oprichting begin jaren 1970 aan verkiezingen van 2026 zal deelnemen. Gaat de groep net als de PJD in 2011 de spelregels accepteren? Is de groep eindelijk klaar om de politiek in te gaan?

Het is niet uitgesloten dat de Al Adl wa Al Ihsane-groep af en toe proefballonnen oplaat om de reactie van de staat, de instellingen en de politieke en de maatschappelijke krachten te testen. Deze islamitische groep houdt nog altijd vast aan de droom van oprichter Abdessalam Yassine (1928-2012) die de vestiging van een 'kalifaat' in Marokko voorstaat. Ik herinner me de invloed van de groep nog op de Marokkaanse universiteit waar ik studeerde. Het kan de eigen achterban goed mobiliseren.  

Sinds de dood van de leider lijkt de groep aan invloed te hebben ingeboet. Maar dankzij haar goed georganiseerde basis blijft de groep de belangrijkste islamitische kracht in het land. Bij gebrek aan een charismatische leider heeft het zich aangepast onder leiding van een Majlis al-Irshad (Adviesraad). Geconfronteerd met de inperking van vrijheid en de afname sinds 2011 van mobilisaties na de gebeurtenissen van "Arabische Lente" heeft de groep zich op sociale media gestort om haar invloed te behouden, met name onder jongere generaties. De groep is betrokken bij de opbouw van een breed landelijk front in samenwerking met extreemlinks.  

Hoewel deze groep de officiële instellingen blijft boycotten en weigert deel te nemen aan de verkiezingen onder het huidige grondwettelijke kader, lijkt er een opening te ontstaan. Een eventuele deelname aan het politieke proces is mogelijk onder een leiderschap dat pragmatisch wil zijn en bereid is deel te nemen onder voorwaarde van de hervorming van de grondwet. Hun mobilisatievermogen zou de groep  ongetwijfeld een aanzienlijk electoraal gewicht geven. Als er vrije en transparante verkiezingen zouden zijn dan zouden ze mogelijk in het parlement komen. De staat zou moeten onderhandelen. Marokkanen die teleurgesteld zijn in de PJD kunnen op de groep stemmen. Dit alles blijft echter speculatie zolang er geen duidelijk besluit komt van deze islamisten en de staat niet reageert op dergelijke scenario’s. Een overwinning van deze groep zou een afgang zijn voor het land en een terugkeer naar de middeleeuwen. Dat hoop ik niet.  

De Hizjra (de trektocht van moslims uit een niet-molsim land naar een land met islamitische wetgeving) wint aan populariteit. Jonge moslims volgen hiermee het voorbeeld van de Profeet die in de beginjaren van de islam voor onderdrukking is gevlucht naar een islam-vriendelijke omgeving. Jonge moslims uit het Westen denken dat Marokko is aantrekkelijk. Het land biedt echter niet dezelfde leefomstandigheden en is geen samenleving volledig gebaseerd op de islamitische wetgeving. Is het concept van de Hizjra achterhaald?

U wijst hier op een ander extern gevaar dat Marokko bedreigt namelijk de terugkeer van geradicaliseerde jonge moslims, met name uit de Marokkaanse diaspora  geboren in Europese landen. Zij keren alleen of met hun familie terug om zich te vestigen met de overtuiging dat het koninkrijk een toevluchtsoord is vergelijkbaar met Islamitische Staat. Dit is volkomen onjuist. Ik wil benadrukken dat deze geradicaliseerde jongeren – van wie de meesten Marokko slechts kennen van een paar vakantieherinneringen en volkomen onwetend zijn van de honderden jaren oude geschiedenis, de diverse tradities en gebruiken, de rijke kunst en literatuur, de talen en dialecten, de oude en hedendaagse culturele dynamiek, de landschappen, de aspiraties en uitdagingen – eerder doordrenkt zijn met ideologische en dogmatische vooroordelen die hen tot tikkende tijdbommen maken. Die moet je nauwlettend in de gaten houden.

Uiteenlopende hervormingen van koning Mohammed V en zijn vader Hassan II (1929-1999) hebben als doel een evenwicht te vinden tussen de Marokkaanse islam en de moderniteit. Een islam in harmonie met vooruitgang en aangepast aan het tempo van de samenleving. Dit maakt het Marokkaanse model onvergelijkbaar met andere landen in de regio.

We bouwen sinds het aantreden in 1999 van de Mohamed V voort op dit model. De koning is niet alleen het staatshoofd. Hij is ook een bevelhebber van  gelovigen van zijn land: moslims, joden en christenen. De geeft hem de  religieuze legitimiteit en is daarmee een buffer tegen elke vorm van islamitisch extremisme. De Marokkaanse islam beschouwt moderniteit niet als een bedreiging maar als een kans. Dat staat haaks op de ideologie van de Moslim Broederschap.

Onder de invloed van de koning heeft het land het familierecht (Moudawana) hervormd. Er is nog een lange weg te gaan, met name wat betreft individuele vrijheden en gewetensvrijheid, maar er wordt vooruitgang geboekt en Marokko is op de goede weg.

Nogmaals, deze jongeren, die we wellicht als tikkende tijdbommen beschouwen, riskeren onrust in Marokko te veroorzaken bij het minste teken van desillusie. Ze missen intellectuele diepgang en hebben moeite de complexiteit en rijkdom van het Marokkaanse islamitische model te begrijpen. Hun kennis van de islam is vaak gebaseerd op wat hun ouders weten, over het algemeen laagopgeleid, die in de jaren 1960 en 1970 naar Europa immigreerden. Hun islam bleef statisch terwijl de Marokkaanse islam zich heeft ontwikkeld waardoor jongeren andere perspectieven hebben zoals agnostisme en atheïsme.

De islam van hun ouders werd na decennia indoctrinatie in moskeeën in Europa vervangen door een wahabi discours en door de politieke ideologie van de Moslim Broederschap. Er bestaat een reële kans dat sommige van deze jongeren die kiezen voor "Hizjra" zelfs banden hebben met Islamitische Staat of terugkeren uit gebieden waar gewapende jihad plaatsvindt, zoals Syrië. Marokko mag deze externe dreiging niet negeren. De dreiging moet serieus worden genomen.

De Moslim Broederschap bestaat in 2028 honderd jaar. Het werd in 1928  door Hassan al-Banna opgericht, vier jaar na de val van het Ottomaanse Kalifaat. In Marokko voeren sommige islamisten campagne voor het herstel van het kalifaat. Maar het land was nooit onderdeel geweest van het Ottomaanse Rijk. Hoe kunt u dit verzwijgen van de geschiedenis van het land verklaren?

Islamisme streeft naar het herschrijven van de geschiedenis. Van iedere islamist wordt verwacht dat hij of zij de eigen nationale identiteit, persoonlijke geschiedenis, familiegeschiedenis, vaderland, cultuur, taal, dromen en verlangens opgeeft. Zodra de leegte is ontstaan vindt de grote vervanging plaats. De nationale identiteit en haar pijlers worden vervangen door de islamitische identiteit. De persoonlijke, familie- en nationale geschiedenis worden vervangen door een gefabriceerde verhaal over de Oemma (gemeenschap gebaseerd op islam). De lokale cultuur wordt vervangen door een uniforme en homogeniserende islamitische cultuur. De lokale taal, het dialect dat van zoveel opeenvolgende generaties is overgeërfd, wordt gedegradeerd om plaats te maken voor het klassieke literaire Arabisch, de taal van de Koran, zogenaamd de taal van het paradijs, die, hoewel lexicaal rijk, de lokale cultuur niet weerspiegelt. Populaire liedjes en muziek worden, als ze al niet worden verboden, vervangen door Arabische "anasjied" (liedjes) met als enige thema's gehoorzaamheid, onderwerping en jihad.

Diversiteit verdwijnt geleidelijk ten gunste van uniformiteit. Nationale verhalen worden uitgehold om dat ene opgelegde verhaal te voeden: die van het kalifaat. De vervanging van talen en culturen is een project dat islamisten al decennialang ontwikkelen. Het is geen recent fenomeen. In mijn biografische essay beschrijf ik hoe de bibliotheek van mijn vader al in de jaren tachtig vol stond met boeken, voornamelijk uit Saoedi-Arabië en Qatar, geschreven door Saoedische, Egyptische, Syrische en Soedanese islamitische ideologen. Daarbij komt nog het offensief door satellietzenders als Al Jazeera die de culturele vervreemding versterkt en propaganda voor de verhalen van de Moslim Broederschap faciliteert. Zo'n ideologisch offensief kan alleen maar leiden tot diepgaande acculturatie waarbij het individu in een lege huls verandert klaar om een ​​nieuw verhaal te aanvaarden.

Ik hoop dat Marokko niet aan de opeenvolgende golven van deze cultuuroorlog bezwijkt en dat het bewustzijn van de eigen identiteit (Tamghrabit) volstaat; een solide bolwerk geworteld in de historische, culturele, sociale, institutionele en politieke tradities opdat het land nooit omvalt.

Tot slot, heeft u plannen voor de toekomst? Overweegt u bijvoorbeeld terug te keren naar Marokko om bij te dragen aan de toekomst van een apolitieke islam? Heeft u ideeën voor educatieve programma's om jonge Marokkanen op te voeden zodat zij hun geloof kunnen beleven zonder extremisme?

Ik zeg graag dat Marokko mij heeft gevormd tot wie ik ben en dat Frankrijk mij zelfkritiek heeft geleerd. Vanuit mijn huidige positie probeer ik deze strijd van ideeën te voeren in dienst van twee prachtige landen, waaraan ik mijn loyaliteit en dankbaarheid betuig. Ik heb geen pretenties. Ik voel me voor geen van beide onmisbaar en sta ter beschikking.

Dat gezegd hebbende, het gaat mij niet zozeer om de toekomst van de islam en de heropleving van een ingrijpende hervorming die, naar ik hoop, zal leiden tot een werkelijk en definitief apolitieke islam. Ik zou zelfs durven beweren dat dit niet het werk zal zijn van één generatie, laat staan ​​van één persoon. Waar ik me al bijna twintig jaar mee bezighoud is hoe ik met name jonge moslims kan uitleggen en hoe ik ze kan helpen zich te verzoenen met de ideeën van de moderniteit – en niet alleen met de materiele vruchten daarvan – hoe ik de moderniteit kan begrijpen, erover kan nadenken en er vrijelijk mee kan leven… of ze nu gelovig zijn of niet.

Laten we ons niet vergissen: in Frankrijk net als in Marokko voeren wij dezelfde strijd. Het islamisme streeft ernaar beschavingen uit te wissen om zijn wereldwijde kalifaat te vestigen. Om dit doel te bereiken, voert het een meedogenloze oorlog tegen alle culturele en sociale fundamenten, waarbij het indoctrineren van jongeren als prioriteit wordt gezien. Ik ben daar het levende bewijs van, en daarom wijd ik me aan deze strijd, zonder persoonlijk gewin, naast mijn familie en professionele verplichtingen. Het is geen obsessie maar een existentiële kwestie.

Waar deze oorlog wordt verklaard moeten we overstappen van een defensieve houding naar een culturele zelfbevestiging. Islamitisch totalitarisme floreert waar moderniteit wordt gereduceerd tot een betekenisloze consumptiemaatschappij. Kinderen en jongeren zoeken naar epische verhalen, transcendentie, een horizon die betekenis geeft aan hun leven. Het is triest om op te groeien zonder hoop!

Noch Frankrijk, noch Marokko, noch enig ander land zal de ideologie van de Moslim Broederschap met administratieve maatregelen alleen tegenhouden. De geschiedenis van de beschavingen moet opnieuw worden onderwezen als een zoektocht naar vrijheid. De radicale islam maakt de wereld lelijk door soberheid en het onzichtbaar maken van vrouwen. Onze uitdaging is ook esthetisch. Laten we kunsten, muziek, theater, poëzie, satire en karikatuur weer centraal stellen in het onderwijs. Door het ontwaken van de zintuigen bevrijden we ons van de dogmatische ketenen van halal/haram, islam/kufr, paradijs/hel. Het islamisme kent geen spot of zelfspot. Het enige antwoord op karikatuur is de Kalasjnikov. Laten we kinderen leren om alles bespottelijk te maken. Dat is het meest effectieve vaccin tegen fanatisme. Laten we ze vertellen dat het islamitische kalifaat geen Hof van Eden is maar een ondergrondse kerker onder het paleis van de emir van IS.

Een andere uitdaging is het herstellen van de voorrang van wetenschappelijke kennis boven dogma. Als alles gelijk is dan is de dogma evenveel waard als moderne wetenschap en wordt Abu Hurayrah het equivalent van Albert Einstein. Godslastering moet door kennis worden ontdaan van zijn sacrale lading. Geschiedenis van religies en ideeën moet worden onderwezen als objecten open voor kritisch onderzoek. Kinderen moeten begrijpen dat denken alles overstijgt en dat filosofen betere onderwijzers zijn dan imams. Scholen mogen niet langer een afspiegeling zijn van de buurt of stam maar een toevluchtsoord waar gewoonten kritisch worden bekeken. Dit vereist standvastigheid en begint met kinderen leren de vraag te stellen: waarom?

Het redden van de jeugd aan beide zijden van de Middellandse Zee is het redden van de toekomst van de mensheid. Moderniteit moet opnieuw aantrekkelijk worden. De burger mag niet worden gereduceerd tot een geïsoleerd en ongelukkig consument. Het fanatisme belooft een sterke gemeenschap. Onze uitdaging is niet alleen een kwestie van veiligheid. Wie de oorlog van de verbeelding wint zal de oorlog om de toekomst winnen. Deze oorlog zal worden gewonnen wanneer een kind liever een gedicht leest of een wiskundige stelling begrijpt omdat het prachtig en groots is, in plaats van een ideologische slogan opdreunen. Een hele uitdaging. 

mohamed louizi image

Meer lezen over hetzelfde onderwerp:

Strategieën om als moslim in Europa te overleven
Van Ierland tot de Baltische staten en van Scandinavië tot het Iberische Schiereiland zijn er de laatste tijd demonstraties waar blijk wordt gegeven van bezorgdheid over de islam in Europa. Zelfs in landen in Oost-Europa waar geen moslim migranten wonen worden demonstraties georganiseerd. Iedereen lijkt het erover eens te zijn: islam heeft geen toekomst in Europa. Onderstaand artikel geeft een paar voorbeelden van strategieën uit het verleden om als moslim te overleven. Het artikel gaat nadrukkelijk over moslims en niet over illegalen die het nieuws van de laatste tijd domineren.

Een essay: wat is er nodig om vrij te zijn?
Wat is er nodig om vrij te zijn? Wordt individuele vrijheid bij de geboorte meegegeven of is dat iets wat je eerst moet leren bereiken? Filosoof Jean-Jacques Rousseau (1712-1776) heeft meer dan twee honderd jaar geleden deze vraag gesteld. Hij kwam tot de conclusie dat “de mens vrij is geboren maar alom is geketend”. Deze uitspraak heeft veel mensen over de hele wereld geïnspireerd om een vrije en democratische samenleving na te streven. Pas laat in de twintigste eeuw besefte men dankzij nieuwe inzichten dat er meer nodig is om als individu vrij en autonoom te leven. 

In de geheime tuin van broeder Tariq
Update: 08 juni 2024. In 2010 ontsloeg Gemeente Rotterdam de islamoloog
Tariq Ramadan wegens belangenverstrengeling. Hij was aangesteld als integratieadviseur maar had ook een eigen tv programma op een zender van het Iraanse regime (1). Er zijn sindsdien meer schandalen aan het licht gekomen waar hij bij betrokken is. De kleinzoon van de oprichter van de Moslim Broederschap is in Frankrijk en in Zwitserland aangeklaagd voor verkrachting. Een nieuw onderzoek onthult zijn betrokkenheid bij geheime financiering door buitenlandse overheden van islamitische instellingen in Europa. Hij heeft altijd ontkend.