Skip to main content
Weather Data Source: Wettervorhersage Agadir 30 tage

Gepubliceerd: 24 februari 2025

Over de mislukte staatsgreep van maart 1973

Artikel

Op 19 februari heeft de binnenlandse veiligheidsdienst DGST de arrestatie bekend gemaakt van twaalf terreurverdachten. Ze zouden banden hebben met gewapende groepen in de Sahel. De arrestatie ging gepaard met de vondst van wapens (video van de politie) aan de oostgrens ter hoogte van Boudnib. Dit is niet de eerste keer dat wapens via de oostgrens worden gesmokkeld. De meest spraakmakende vondst dateert uit 1973 en was bedoeld om een staatsgreep te plegen. Een mislukte poging die de geschiedenis in ging als de affaire Moulay Bouazza. Zowel de vondst van toen als die nu waren mogelijk omdat de oostgrens problematisch is met aan de overkant onbetrouwbare buren.

Revolutionair geweld in Marokko begon in de nadagen van het Franse kolonialisme en maakte deel uit van de strijd om de macht tussen de monarchie en verschillende politieke en militaire groepen. De mislukte staatsgreep van 03 maart 1973 is waarschijnlijk het meest besproken ondanks het feit dat veel overlevenden van de coup, volgens historicus Mohamed Abdelouahab Rafiqi, nog altijd de kaken stijf op elkaar houden. Hij heeft de mislukte staatsgreep aan de hand van verslagen van de rechtbank en van getuigenissen gereconstrueerd in tijdschrift Zamane van juli 2024.

Volgens de historicus was de geplande staatsgreep een reactie op de zware straffen door de rechtbank van Marrakech op 17 september 1971 tegen tweehonderd leden van de Union Nationale des Forces Populaires (UNFP). Vijf werden ter dood veroordeeld. Zes kregen levenslang. 112 kregen gevangenisstraf. De rest werd vrijgelaten.

De confrontatie tussen de monarchie en de UNFP vond in dezelfde maanden plaats als de twee mislukte militaire staatsgrepen van 1971 en 1972. Beide staatsgrepen lijken niets met elkaar te maken. De militairen moesten niet veel hebben van links. En andersom hadden linkse politici vraagtekens bij het verleden van sommige militairen die in dienst waren van het Franse kolonialisme.

De veroordeling door de rechtbank van Marrakech heeft tot een politieke impasse geleid. Hassan II stelde een nieuw grondwet voor. Als voorwaarde voor deelname eiste UNPF de vrijlating van politieke gevangenen. De koning negeerde de eis en sloot kranten, tijdschriften en lokalen van politieke partijen af. De veiligheidsdiensten kregen de overhand.

Op regionaal en internationaal niveau hadden bevrijdingsorganisaties de wind in de rug door de nasleep van dekolonisatie in Afrika, Azië, Zuid-Amerika en het Midden Oosten. Algerije begon oppositieleiders met geld, propaganda en reisdocumenten te steunen.

De eerste lading wapens kwam via Figuig binnen. Geheime cellen binnen de UNFP begonnen leden te rekruteren en te trainen. Sommige werden voor een militaire training naar Algerije, Irak, Libië en Syrië gestuurd. Ibrahim Ouchelh, verantwoordelijk voor propaganda, had een eigen programma op Radio Tahrir (De bevrijding) in Libië gericht op Marokko.

Mislukt staatsgreep

Zestien leden keerden uit Algerije terug en staken met behulp van lokale cellen illegaal de oostgrens over. Ze vertrokken met vier auto’s uit Oran en hadden Kalasjnikovs en munitie in de kofferbak verstopt.

De getrainde mannen werden in vier groepen verdeeld. Een groep werd naar Khenifra gestuurd met aan het hoofd Ibrahim Tizniti. Een tweede groep moest naar Tinghir en werd door verzetsman Sidi Hammou Abdeladim geleid. Een derde groep werd onder leiding van Mohamed Banouna naar Goulmima gestuurd. Een laatste groep werd in Figuig gestationeerd.

Naast cellen in de bergen en in afgelegen dorpen beschikte de UNFP ook over gewapende leden in de steden zoals Casablanca, Rabat, Oujda en Safi. Ze kwamen als eerste in actie. Politieagenten werden in Oujda vermoord. Bommen werden in theater Mohamed V en in Dar Amerika (Amerikaans cultureel centrum) geplaatst. Ze zijn om onbekende redenen niet ontploft.

Volgens historicus Rafiqi waren de cellen in de bergen niet bedoeld om gewapende acties te ondernemen maar om de lokale bevolking voor zich te winnen en op het juiste moment te wachten. Dat was de afspraak met de leiders in het buitenland. Door miscommunicatie en mismanagement ontaarde de operatie in chaos.

De groep van Khenifra stuurde een boodschapper naar Goulmima voor overleg over de datum van de aanval. Beide groepen begrepen elkaar niet wegens taalproblemen. De een sprak Tamazight, de ander Marokkaans-Arabisch. De boodschapper keerde naar Khenifra terug met verkeerde instructies. Kort hierna werd een gebouw van de veiligheidsdiensten in Moulay Bouazza aangevallen. De rebellen wilden meer wapens en munitie bemachtigen. De aanval verliep chaotisch. Er waren geen wapens in het depot gevonden.

Direct na de aanval werd de noodtoestand uitgeroepen. Burgers hielpen de politie om de verblijfplaatsen van de daders te vinden. Sommige hebben zich overgegeven. Anderen vochten terug. Twee leiders, Banouna en Ismael Alaoui, werden gedood. Een derde met de naam Friks werd in zijn been geschoten en kon worden gepakt. Leiders van de cellen in Casablanca en Rabat werden snel opgespoord. Anderen zijn erin geslaagd de oostgrens te bereiken en naar Algerije te vluchten.

Op 25 juni 1973 moesten 149 opgepakte leden in Kenitra voor de rechter verschijnen. Slechts twee advocaten werden toegelaten om de hele groep te vertegenwoordigen. Advocaat Abderrahim Bouabid, prominent lid van de UNFP, werd tegen zijn wens in als getuige opgeroepen. Zestien verdachten werden ter dood veroordeeld. Vijftien kregen levenslang. De rest kreeg dertig jaar gevangenis of werd vrijgelaten.

Hassan II vond de straffen te mild. Hij belde de rechter boos op en zei : “Een verrader blijft een verrader.” Op 18 januari 1974 werd het proces van een aantal leden opnieuw bekeken. Ze werden ter dood veroordeeld. De straf werd s ochtends vroeg op de dag van het Offerfeest uitgevoerd. In 1980 kregen de laatste nog in leven gevangenen gratie.

Samenwerking

Een van de oorzaken van de mislukte staatsgreep van 1973 lag in het feit dat de veiligheidsdiensten informatie uit Algerije kregen. Kasdi Merbah, het hoofd van de veiligheidsdienst in Algerije, was in direct contact met Kolonel Ahmed Dlimi van de militaire geheime dienst. Algerije werkte tevens mee aan de uitlevering van gevluchte oppositieleden.

Daarnaast werd de hulp die Kadhafi stuurde door de Algerijnen in beslag genomen of aan de autoriteiten in Marokko overgedragen. Spanje leverde ook gevluchte oppositieleden uit. Als laatste waren er spionnen binnen de UNFP. Ze hebben de adressen van ondergedoken leden en de plaats van hun verborgen wapens aan de politie onthult.

De Algerijnen hebben de UNFP coupplegers verraden omdat ze de monarchie wel wilden omverwerpen maar alleen door middel van een militaire staatsgreep gepleegd door militairen die ze vertrouwden.

Ondanks de beschikbare getuigenissen over de mislukte staatsgreep blijven er nog vragen onbeantwoord. Zo is er nog weinig bekend over de rol van de UNFP leiders in ballingschap. De belangrijkste kopstukken waren in Parijs waar ze nauwlettend in de gaten werden gehouden. De Fransen wisten alles. Wat was hun rol? Waarom heeft Fqih Basri zijn betrokkenheid bij staatsgreep ontkent? Hij verklaarde dat hij in Syrië was ten tijde van de gebeurtenissen. Zijn vrienden bevestigen echter dat hij in Algerije was.

En waarom zijn de bommen in het theater en in Dar Amerika niet ontploft? Hoe kan het dat een betrokken lid zoals Omar Dahkoun zijn politieke vrienden in de gevangenis van Kenitra kon bezoeken terwijl hij sinds 1969 op de lijst stond van meest gezochten in het land? En hoe was de financiering van de staatsgreep georganiseerd?

Veranderingen na 1973

Wat is er veranderd in revolutionair geweld van toen en nu? De eerste verandering is dat de leden die de staatsgreep van 1973 wilden plegen geïnspireerd waren door antikoloniale strijd en door idealen zoals gelijkheid en sociale rechtvaardigheid. Ze waren bereid om wapens te nemen. En ze kregen hulp uit het buitenland.

De opgepakte verdachten van deze maand hebben een ander ideaal die in 1973 onbekend was. Volgens de veiligheidsdiensten zijn het aanhangers van de IS wiens streven een theologische staat is naar het voorbeeld van het Kalifaat uit de vroege eeuwen van de islam.

Een tweede verandering is dat de samenwerking met de Algerijnse veiligheidsdiensten onmogelijk is geworden na de oorlog om de Sahara in 1976. Een veertig jaar lange breuk was het gevolg. De toenemende internationale steun in de laatste jaren voor het autonomieplan ingediend door Marokko bij de Veiligheidsraad was voor het militaire regime een reden om in 2021 alle banden eenzijdig te verbreken. Een manier om directe onderhandelingen uit te stellen. De toekomst van de vluchtelingen in Tindouf waar terreurgroep Polisario de scepter zwaait blijft onzeker. Ondertussen maken regime trolls overuren om Internet vol te schrijven met propaganda.

Terreurkampen in de woestijn

De gevonden wapens deze maand aan de oostgrens hoeven niet uit de Sahel te komen. Het bestaan van terreurkampen in de Algerijnse woestijn is een feit. Het begon na de annulering in 1992 van de verkiezingsuitslag nadat het islamitische FIS heeft gewonnen. Een decennia lange burgeroorlog brak uit tussen het leger en de islamisten. Naar schatting zijn er 250 duizend mensen vermoord. Een onbekend aantal islamisten is naar de onmetelijke woestijn gevlucht.

Om de islamisten te bestrijden gebruiken de militairen nepterroristen die aanslagen in binnen- en buitenland moeten plegen. Dat hebben ze in Frankrijk en in Marokko gedaan. In 1994 pleegden Frans-Algerijnen een aanslag op een hotel in Marrakech. Onderzoeksrechters verdachten de daders van banden met de militairen. Het land voerde kort na de aanslag visa in voor Algerijnen. Dat werd later afgeschaft.

In zijn onderzoek naar de aanval van januari 2013 op de gasinstallatie In Amenas, Zuidoost-Algerije, heeft de Britse onderzoeker Jeremy Keenan terreurkampen beschreven geleid door de militaire geheime dienst. Bij de aanval zijn tachtig medewerkers gedood waaronder Britten, Amerikanen, Japanners en Fransen. De aanval werd toegeschreven aan "islamitische terroristen". Het onderzoek trekt de officiële versie van het verhaal in twijfel.

De bevindingen van Jeremy Keenan worden versterkt door rapporten van de Franse geheime dienst DGSE geciteerd in de mails van Hillary Clinton (kopie in PDF formaat). De mails zijn na de aanval in 2013 door Wikileaks openbaar gemaakt.

Uit de mails is te lezen dat Mokhtar Belmokhtar, een van de daders van de aanval, opdracht van de Algerijnse militairen kreeg om aanslagen in Marokko te plegen.

Meer bronnen uit de kringen van de Algerijnse veiligheidsdiensten schreven over nepterroristen die aanslagen plegen. Zo beschrijft voormalige militair Habib Souaidia in zijn boek La salle guerre (De vuile oorlog) uit 2012 hoe militairen verkleed als islamist aanslagen op burgers plegen.

In 1996 werden zeven priesters in Tibhirine vermoord. De Gewapende Islamitische Groep (GIA) heeft de aanslag opgeëist. Later bleek dat de groep door de militairen werd gecontroleerd.

Meer details over nepterroristen werden in 2022 door Aomar Rami gepubliceerd in zijn memoires Printemps du Terrorisme en Algérie. Témoignages et Vérités Choquantes des Crimes du DRS (Terrorisme in Algerije. Getuigenissen en schokkende misdaden van de geheime dienst).

Onderzoek naar de toedracht en de identiteit van de daders van In Amenas is tien jaar later nog altijd gaande. Verschillende hooggeplaatste militairen zijn volgens berichten van Monde Afrique van mei 2024 gearresteerd.

Problemen aan de oostgrens

Terreurkampen in de Algerijnse woestijn zijn na de aanval van In Amenas in 2013 nog niet gesloten. In 2023 heeft Mali alle diplomatieke banden met Algerije verbroken wegens steun aan terreurgroepen in het grensgebied. Ze vallen steden en dorpen aan en vluchten naar Algerije.

Wapensmokkel via de oostgrens van Marokko was voor 1975 onder controle omdat de buren elkaar hielpen. Die samenwerking bestaat niet meer. De gearresteerde verdachten kunnen banden hebben met terroristen in de Sahel. Maar het land deelt geen grenzen met de Sahel. Daarnaast is IS kansloos in Marokko omdat het land nooit een onderdeel is geweest van het mondiale Kalifaat. De wapens hoeven dus niet noodzakelijk uit de Sahel te komen. Het belangrijkste is dat ze het land zijn binnen gesmokkeld omdat de oostgrens onvoldoende is beveiligd. Een veiligheidsprobleem waar menigeen slapeloze nachten van moet krijgen.

Afbeelding: de verdachten van de mislukte staatsgreep van maart 1973 in de rechtbank. Foto: Archieven Internet.

Meer lezen over hetzelfde onderwerp:

Het laatste interview van Omar Benjelloun
Omar Benjelloun was een politicus uit de jaren 1970. Hij was kritisch op de elite van zijn tijd. Hij werd op 18 december 1975 vermoord. Een week later publiceerde de Franse krant Libération een interview met hem. Zijn analyse van de politieke, sociale en economische ontwikkelingen in de regio is nog altijd actueel. Speciaal aandacht voor de verborgen motieven van buurland Algerije en het ontstaan van het conflict om de Sahara. Hieronder een Nederlandse samenvatting van het interview. Een originele kopie in het Frans is te raadplegen als PDF document.