1979: de slag om Bir Anzarane in de Sahara
Update: 28 februari 2026. Op zaterdag 11 augustus 1979 werd Dakhla als een van de laatste bewoonde plaatsen in het uiterste zuiden van regio Sahara door het Marokkaanse leger ingenomen. Dat is vier jaar na het vertrek van Spanje uit de regio als gevolg van de Madrid akkoorden tussen de voormalige kolonisator, Marokko en Mauritanië. Nieuwe grenzen met Mauritanië werden besproken. Al snel vielen de troepen van de paramilitaire groep Polisario aan gesteund door Algerije en Libië. Maar ze hebben niet gerekend op het verzet van het leger.
In 1976 was Mauritanië net 15 jaar onafhankelijk geworden van Frankrijk. Het had een klein en slecht uitgerust leger verspreid over een uitgestrekt grondgebied. Polisario gesteund door de Algerijnen en Kadhafi heeft daarvan geprofiteerd om militaire posities aan te vallen, niet alleen aan de nieuwe grens met Marokko maar ook in de binnenlanden. Steden en dorpen werden aangevallen en geplunderd. Burgers werden als gijzelaars naar Polisario kampen in Algerije meegenomen (1). IJzererts was een belangrijke bron van inkomen. De grootste mijn van Zouerate werd meerdere keren aangevallen. Franse ingenieurs werden ontvoerd. President Moktar Ould Daddah vroeg Marokko om hulp. 6.000 Marokkaanse soldaten werden in mei naar de volgende gebieden gestuurd (2):
West-Mauritanië:
– Nouadhibou: een legerdivisie en een eskadron F-5A vliegtuigen.
– Nouakchott de hoofdstad: een bataljon parachutisten en infanterie.
– Boû Lanouâr: verschillende infanteriecompagnieën.
Oost-Mauritanië:
– Atar: een infanteriebataljon.
– Tmeïmîchât: verschillende infanteriecompagnieën.
– Akjoujt: verschillende compagnies infanterie.
– Zouerate, een infanteriebataljon.
– Aïn Ben Tili: verschillende infanteriecompagnieën.
– Bir Moghreïn: verschillende infanteriecompagnieën.
De militaire toenadering tussen Marokko en Mauritanië werd niet onopgemerkt gebleven. In juli 1978 werd de president van Mauritanië door middel van een staatsgreep afgezet. De nieuwe militaire leider Kolonel Moustapha Ould Mohamed Salek kondigde op 05 augustus 1979 vanuit Algiers de terugtrekking van Mauritanië aan uit de provincie Rio de Oro (Oued Ed-Dahab). Het Marokkaanse leger begon direct met een nieuwe operatie in de door Mauritanië verlaten gebieden. De troepen reeds gestationeerd in Mauritanië werden teruggeroepen. In Dakhla werd de 11de gemotoriseerde infanterieregiment, een gepantserd eskadron, een eskadron van F-5A vliegtuigen, helikopters en transportvliegtuigen gestationeerd. In Bir Anzarane werd Kolonel Ghoujdami (overleden in 2021) de man van het moment. Dankzij hem werd begon het leger aan de bouw van een veiligheidsmuur. De muur zou jaren later meer dan 2.700 k lang worden. Hij nam ook deel aan de slag om Bir Anzarane. Infanteriebataljon, artilleriebatterij van de 8ste koninklijke garde en een gepantserd eskadron werden in afgelegen plaatsen als Aousserd, Oem Dreiga en Tichla gestationeerd (3).
De terugtrekking uit Mauritanië werd op 10 augustus in Rabat gecoördineerd door Luitenant-kolonel Heydalla, de premier van de nieuwe regering in Nouakchot. Op 11 augustus 1979 stegen C-130H transportvliegtuigen van Royal Air Forces vanuit het vliegveld Salé vlakbij Rabat op om parachutisten rond Dakhla te droppen. Marine commando's vielen de haven binnen. Een garnizoen sloot de omgeving van Dakhla af.
Polisario dacht nog aan een makkelijke overwinning toen Mauritanië zich terugtrok. Maar het heeft niet gerekend op verzet in Bir Anzarane ten oosten van Dakhla. Een verslag in Paris Match van augustus 1979 sprak over een “operatie met precisie” geleid door de nieuwe woestijnvos Kolonel Ghoujdami (4). Drieduizend Polisario guerrillero's vielen de afgelegen militaire post aan waar 500 Marokkaanse soldaten zich hebben ingegraven. Ze hadden beperkte voorraden maar beschikten over zes radio's. Hun voertuigen beschikken over twee tanken. Die van de vijand hebben er drie met een permanent toevoer van brandstof uit Algerije. Om hun communicatie te verhullen spraken Marokkaanse soldaten in Tamazight (5), onverstaanbaar voor de vijand. De gevechten duurden ongeveer acht uren. De militaire post hield stand ten koste van meer dan honderd doden. De vijand verloor nog meer, sloeg op de vlucht en liet Sovjet materiaal en militaire voertuigen achter geregistreerd in Algerije (6).
Vandaag zijn er een paar straten en pleinen in Marokko genoemd naar Bir Anzarane ter nagedachtenis van de gevallen soldaten in 1979. Na het veldslag begon het leger met de bouw van de veiligheidsmuur langs de grens met Mauritanië en Algerije. De muur is pas in 1987 bijna tien jaar later voltooid. In 2021 werden volgens tijdschrift TelQuel nog eens 50 km ter oogte van Tiouzgui in Assa-Zag toegevoegd. Dat is een provincie in Zuid-Oost Marokko die niet door Polisario wordt geclaimd. De rest van de oostgrens tot aan de Middellandse Zee, dat wil zeggen meer dan 600 km, is nog niet getraceerd en heeft ook geen veiligheidsmuur (7).
Noten:
1. Ontvoerde burgers werden later aan een VN inspectie als “vluchtelingen” gepresenteerd, verjaagd uit hun grondgebied door de Marokkanen. Zie het boek “Le dossier du Sahara Occidental” van Italiaans journalist Attilo Gaudio (1930-2002).
2. Zie dit audiovisueel verslag van de oorlog bewaard in de archieven van het Franse instituut INA.
3. Zie de memoires van Mahjoub Tobji: “Les officiers de Sa Majesté” (2010). Hij nam deel aan de oorlog en was privé secretaris van Kolonel Ahmed Dlimi (1931-1985).
4. Zie het verslag van Roger Holeindre: “C'est ici que les marocains donnent le coup d'arrêt au plan Kadhafi”, een verslag uit Bir Anzarane verschenen op 11 augustus 1979 in tijdschrift Paris Match.
5. Zie de memoires van oud piloot Ali Najab: “25 ans dans les gôeles de Tindouf” (2020).
6. Audiovisuele archieven van het Franse instituut INA.fr.
7. Zie artikel “À l’est, le Maroc prolonge le mur de défense de 50 kilomètres” van 08 maart 2021 in tijdschrift Tel Quel.
Foto en informatie in dit artikel komen uit de archieven van FAR Maroc, een forum voor voormalige beroepsmilitairen.