Verhoging minimumloon afhankelijk van hulp aan MKB
Regerende RNI (Liberalen) en coalitiepartner PAM (centrumlinks) hebben in de aanloop naar de verkiezingen van 23 september gedebatteerd over de verhoging van het minimumloon van 3.400 naar 5.000 MAD. Een plotselinge stijging van 1.600, oftewel bijna 47%, zou ingrijpende gevolgen hebben voor bedrijven en economie. Het is volgens econoom Hassan Edman zinvol om de effecten ervan – zowel de negatieve als de mogelijk positieve – nader te bekijken. Edman is econoom verbonden aan de Universiteit van Agadir. Onderaan zijn antwoord op een vraag van de redactie.
Voor het midden- en kleinbedrijf zou de meest directe consequentie een stijging van de loonkosten zijn. Men moet hierbij niet alleen kijken naar het brutoloon van de werknemer. Ook werkgeversbijdragen en loon gebonden lasten moeten worden meegerekend. Hierdoor zouden de werkelijke kosten aanzienlijk hoger uitvallen dan het minimumloon zelf.
De kwestie is bijzonder gevoelig voor arbeidsintensieve mkb bedrijven zoals de horeca, schoonmaak, beveiliging en ambachtelijke sectoren alsook bepaalde industriële en agrarische bedrijven die aan minimumloon voorschriften moeten voldoen.
Voor een bedrijf dat al met krappe marges in een concurrerende omgeving opereert, kan deze stijging de winstgevendheid ernstig aantasten. Er kan worden overwogen om de impact op te vangen door de marges te verkleinen, de kostenstijging door te berekenen aan klanten, de werving te vertragen, het personeelsbestand in te krimpen of zelfs bepaalde bedrijfsactiviteiten te staken.
Er is ook sprake van een inflatierisico. Sommige bedrijven zouden de stijging van de loonkosten kunnen doorberekenen in hun prijzen. Een effect dat waarschijnlijk vooral sterk zal zijn in sectoren waar arbeid een aanzienlijk deel van de kosten uitmaakt.
Het zou echter een te beperkte blik zijn om een verhoging van het minimumloon louter als een stijging van de loonkosten te beschouwen.
Het kan ook de productiviteit verhogen. Geconfronteerd met hogere arbeidskosten kunnen sommige mkb bedrijven ertoe worden aangezet hun bedrijfsvoering te moderniseren, te investeren in opleiding, digitalisering en automatisering. En met hetzelfde personeelsbestand meer te produceren om hun marges te behouden.
Op macro-economisch niveau kan een aanzienlijke opwaartse aanpassing van lage lonen de binnenlandse vraag stimuleren. De betrokken huishoudens zouden over een hoger inkomen beschikken en, gezien hun hoge consumptieneiging, zou een aanzienlijk deel van dit inkomen weer in de economie vloeien. Vanuit een keynesiaans perspectief (een economie gebaseerd op de ideeën van de Britse econoom John Maynard Keynes) kan deze dynamiek de consumptie – en daarmee de productie en economische activiteit – ondersteunen.
Er is dus sprake van twee tegenstrijdige effecten: enerzijds een kosteneffect dat drukt op de marges, de werkgelegenheid en de prijzen, en anderzijds een vraag effect dat de consumptie, de productie en mogelijk de productiviteit ondersteunt.
De werkelijke vraag is dus niet of een verhoging van het minimumloon "goed" of "slecht" is voor de economie. Het gaat erom of de winst in koopkracht en productiviteit die dit oplevert, de kostenstijging voor bedrijven – met name micro- en mkb-ondernemingen – kan compenseren.
Naar mijn mening zou een verhoging van deze omvang gepaard moeten gaan met maatregelen die het mkb in staat stellen de schok geleidelijk op te vangen: ondersteuning van de productiviteit, toegang tot financiering, hulp bij digitalisering en investeringen, scholing en mogelijk gerichte verlagingen van de arbeidskosten voor de meest kwetsbare bedrijven.
Het verhogen van het minimumloon kan maatschappelijk wenselijk en economisch voordelig zijn. Maar de impact ervan hangt grotendeels af van het gehanteerde tempo, de financieringswijze en de steun aan bedrijven. Een te snelle verhoging, zonder vangnet, zou een deel van het mkb verzwakken. Een geleidelijke verhoging daarentegen – gepaard met een serieuze inspanning om de productiviteit te verhogen – zou de koopkracht kunnen verbeteren zonder de werkgelegenheid of het concurrentievermogen aan te tasten.
Meer lezen over hetzelfde onderwerp:
Oxford Handbook voor economie in Marokko
Het Policy Center for the New South heeft in samenwerking met Oxford University Press een handboek gepubliceerd over de economie in Marokko. Volgens de auteurs is dat het eerste handboek over een Afrikaans land. Het eindigt met een open vraag: kan Marokko zijn behaalde successen omzetten in duurzame groei? Het Oxford Handbook of the Moroccan Economy werd op 9 april op de campus van de Polytechnische Universiteit (UM6P) in Rabat gepresenteerd. Het hoort volgens krant LeDesk in de categorie publicaties die je thuis moet hebben. Het is de eerste keer dat een Afrikaans land een dergelijk werk publiceert. Een verdienste van Oxford die een internationaal naslagwerk durft te publiceren over een continent dat nog ontbreekt in de boekwinkels. De redactionele onderneming is opmerkelijk. Het werk, onder leiding van Karim El Aynaoui, econoom en president van het Policy Center for the New South (PCNS), heeft samen met 53 auteurs, onderzoekers, voormalige hoge ambtenaren, ministers en ondernemers gewerkt. Ze geven hun mening naast de conclusies van experts die de economische data over een periode van vijftig jaar hebben geanalyseerd. De publicatie bestaat uit 34 hoofdstukken en is gratis online beschikbaar.
