Terug naar hoofdinhoud
Weather Data Source: Wettervorhersage Agadir 30 tage

Gepubliceerd: 20 augustus 2026

Lonely Planet schrijft over nieuw museum Marrakech - Timboektoe

Een nieuw artikel in de reisgids Lonely Planet beschrijft de betrekkingen tussen Marraklech en Timboektoe (stad in huidige Mali). De twee oude steden lijken weer samen te komen in een nieuw museum gevestigd in het gebouw van Tiskiwin, het voormalige particuliers museum van Nederlandse kunstverzamelaar Bert Flint (1931-2022).

Marrakech, gesticht rond 1070, was altijd een handelscentrum geweest. Karavaanroutes vanuit de andere kant van de Sahara doorkruisten woestijnen en bergketens om goederen van het ene centrum naar het andere te vervoeren. Goud, zout, huiden, handwerk, levensmiddelen en stoffen: het werd allemaal via deze routes verhandeld. Zo ontwikkelde Marrakesh zich tot het knooppunt van handel en culturele uitwisseling dat het tot op de dag van vandaag is. In de galerie Marrakesh-Timbuktu kunnen bezoekers zich verdiepen in de kunst en cultuur die langs deze levensaders door de Sahel en Marokko zijn ontstaan, aldus het artikel.

Meer lezen over hetzelfde onderwerp: 


Marrakech, een stad gebouwd 952 jaar geleden

Marrakech werd in 2024 door de Islamitische Organisatie voor Educatie, Wetenschap en Cultuur (ISESCO) tot de culturele hoofdstad van de moslimwereld gekozen. De stad werd meer dan 950 jaar geleden opgericht en was tot de 17e. eeuw de hoofdstad van Marokko. Onderaan een verslag uit verschillende bronnen over het ontstaan van de stad. Het verslag van Franse historicus Vincent Lagarde is naar het Nederlands door de redactie vertaald. De originele versie is te lezen in: Les Almoravides jusqu’au règne de Yusuf B. Tachfin (1039-1106). Histoire et Perspectives Méditerranéennes. L’Harmattan, 1989. PP: 74-76.

“Vanaf 1068-1069 werd de stad Agmat Urika (ligt in de bergen ten zuiden van huidig Marrakech) onleefbaar beschouwd als gevolg van de grote toestroom van nieuwe bewoners aangetrokken door de groeiende macht van de Almoraviden. De leiders van Urika en Haylana klaagden herhaaldelijk bij Abu Bakr b. Umar over deze gang van zaken. Hij antwoordde: “Kennen jullie een plek waar we een nieuwe stad kunnen bouwen?”

De emir en zijn gevolg woonden in tenten. Hij had alleen een huis gebouwd voor zijn vrouw Zaynab. Maar het leven in Agmat begon zwaar te worden. Aan de andere kant konden de Haylana en Hazmira het niet eens worden over de locatie van de nieuwe stad. Elk van de twee stammen wilde de nieuwe stad op eigen grondgebied hebben voor de eigen glorie. Ze stemden uiteindelijk in voor een nieuwe lokatie op de grens tussen beide stammen.

Bronnen als Rawd al-Qirtas vermelden iets anders. Yusuf b. Tachfin kocht in 1062 land van Masmuda die in de buurt woonden. Hij sloeg daar zijn tenten op en bouwde een oratorium en een klein fort om zijn rijkdom en zijn wapens op te slaan. Al Bayan ontkent deze informatie. Andere auteurs en tijdgenoten die getuigen waren van de gebeurtenissen zoals Al Bakri schreven dat Abu Bakr nog steeds de prins van de stad was. Dat is zes jaar na de datum van de door de Rawd al-Qirtas voorgestelde stichting. Zijn macht was nog niet volledig geconsolideerd. Hij besteedde geen aandacht aan de stad Marrakech noch aan Yusuf b. Tachfin die zich op dat moment nog niet had laten gelden.

De leiders van Haylana en Hazmira waren het uiteindelijk eens over een locatie die ze aan Abu Bakr kwamen vertellen. Ze gaven aan dat het een woestijn was waar gazellen en struisvogels leven. Maar de discussies werden weer hervat toen sommigen voorstelden om de nieuwe stad rond de Tansift rivier te bouwen. Abu Bakr verzette zich ertegen en zei: “Wij zijn mensen van de woestijn. We leven met onze kuddes. Het past niet bij ons om in de buurt van een beek te wonen.” Al Bayan heeft het bevestigd. De Lamtuna waren op zoek naar een verlaten plek om hun stad te bouwen. Uiteindelijk werden ze het eens over de huidige locatie. Het argument was dat de vlakte van Naffis zijn tuin zou zijn, de vlaktes van Dukkala zijn graanschuren en de toppen van de Grote Atlas in handen van de emir van de stad zijn.

Abu Bakr b. Umar trok met zijn troepen naar de vlakte van Marrakech om de overeenkomst over de bouwplaats van de nieuwe stad te bevestigen. Maar hij wachtte nog bijna een jaar, tot 7 mei 1070, om te beginnen met het openen van de cementfabrieken die nodig waren voor de bouw van Qasr al-Hajar (het stenenpaleis). Hierna begonnen mensen met het bouwen van huizen zonder stadsmuur. Ze begonnen met de huizen van de stamhoofden. Iedereen heeft grote inspanningen geleverd om de stad op te bouwen door samen te werken en elkaar financieel te helpen. Na drie maanden, eind juli 1070, werden de muren van Qasr al-Hajar opgetrokken. Bayan al-Mugrib voegt dit interessante en onbekend feit toe: het eerste huis dat werd gebouwd voor de Lamtuna was dat van Turzagin b. al-Hasan, gelegen op de site genaamd Asdal en waarvan de overblijfselen nog steeds zichtbaar waren toen schrijver Ibn Idari nog leefde.

Al Bayan is de enige bron die deze ongepubliceerde feiten meldt. Voordien gaf men het onweerlegbare verslag van de stichting van Marrakech door Yusuf b. Tachfin zoals gerapporteerd door Rawd al-Qirtas. Het bericht van al-Hulal al-Mawsiyya waarin de keuze van de locatie en het begin van de bouw werd toegeschreven aan Abu Bakr b. Umar in 1070, was afgedaan als onbetrouwbaar. Nu ontdekken we dat al-Hulal al-Mawsiyya alleen informatie uit de Bayan al-Maghrib herhaalde. Wat een nieuw licht werpt op de waarde van de bronnen.

Het prestige van Yusuf b. Tachfin, die naar verluidt met zijn eigen handen aan de bouw van de stad heeft gewerkt, en de korte tijd die Abu Bakr aan de bouw kon besteden, is een aanleiding tot de algemene overtuiging dat Yusuf de echte grondlegger van Marrakech was.

In 1070 of 1071 hield Abu Bakr toezicht op de bouw van een muur en het werk van de bouwvakkers en metselaars toen een Lamtuna stamhoofd zich bij hem meldde om te vertellen dat de Guddala zijn stam aanvielen, de mannen hebben gedood en vrouwen hebben ontvoerd.

Abu Bakr besloot hem te helpen. Volgens de Bayan ontbood hij onmiddellijk de hoofden van de verschillende stammen en vroeg hen een luitenant aan te wijzen die zijn plaats tijdens zijn afwezigheid kon innemen. Ze zwegen allemaal, niet wetend wie ze moesten voordragen. Hij richtte zich tot God om hem te helpen een keuze te maken. Toen klonk er een stem die hem adviseerde Yusuf b. Tachfin die buiten de stad was. Het advies kwam overeen met hij wilde.

Toen Yusuf naar Marokko terugkeerde en zichzelf aan Abu Bakr presenteerde vroeg de prins voor de tweede en derde keer aan de stamhoofden wie zij dachten dat Allah hem heeft toegezonden. Toen Yusuf hem hoorde antwoordde hij:

“Ik zal uw luitenant zijn als God het wil”.
“Je hebt gelijk, Yusuf,” antwoordde de emir, “je wordt mijn luitenant.”
En hij gaf hem de macht over de stad.”