Skip to main content
Weather Data Source: Wettervorhersage Agadir 30 tage

Gepubliceerd: 02 november 2025

Boumediene, brein achter aanval op Tunesië in 1980

De ministers van defensie van Algerije en van Tunesië hebben op 07 oktober een militaire overeenkomst getekend naar aanleiding van de aanval op pro Palestina activisten voor de kust van Tunesië. Ze waren met een flotilla onderweg naar Gaza. De aanval zou door Israëliërs zijn uitgevoerd. De overeenkomst heeft geen aandacht in de media gekregen. Het volgende is een bespreking van de betrekkingen tussen beide landen vanaf de jaren 1970 en de rol van toenmalig president van Algerije Houari Boumediene. De bespreking verschenen op 01 november in tijdschrift Monde Afrique.

Annexatie Zuid-Tunesië in 1970 

Na de annexatie in januari 1970 door Algerije van de zuidelijke territoria van Tunesië werden de ambities van de militairen in Tunesië alsmaar groter. Dit leidde tot een toename van sabotage, samenzwering en inmenging in de binnenlandse aangelegenheden, aldus Mezri Haddad, voormalig speciaal adviseur van de Tunesische president (2002) en voormalig ambassadeur bij de UNESCO (2009).

De eerste waarschuwing kwam na een overeenkomst getekend in 1974 in Djerba tussen Tunesië en Libië. Algerijns president Houari Boumediene (1932-1978) dreigde om het land binnen te vallen als het de samenwerking met Libië niet staakt. In zijn boek “La Tunisie de Bourguiba à Ben Ali” schrijft Mohsen Toumi dat de Revolutionaire Raad en de ministerraad van Algerije op 14 januari bijeen kwam onder voorzitterschap van Houari Boumediene, twee dagen na Djerba, om de samenwerking tussen Tunesië en Libië te evalueren. De raadsleden kwamen tot de conclusie dat de Maghreb een ondeelbare entiteit is en kan de vorming van een dergelijke unie tussen twee landen niet accepteren.

De aanval op Gafsa in 1980  

Een tweede waarschuwing kwam met de opstand in Gafsa op 27 januari 1980. Drie groepen van 15 commando’s bestormden de kazerne Ahmed Tlili waar op dat moment 350 nieuwe rekruten waren gehuisvest. Deze groep Tunesische huurlingen, waaronder Amara Dhaou, Ezzeddine Chérif, Ahmed el-Merghenni en Larbi Akremi; waren in dienst van Libië en Algerije. Ze rekenden op een opstand van de bevolking van Gafsa om het regime van Habib Bourguiba (1903-2000) omver te werpen. De bestorming draaide echter op een misluking. Er vielen 115 zwaargewonden, vijftig doden waaronder 20 jonge soldaten die koelbloedig werden neergeschoten. 4 huurlingen werden gedood.

De Tunesische autoriteiten schreven de aanval toe aan Mouammar Kadhafi (1942-2011). De rol van Algerije werd verzwegen ondanks het feit dat velen wisten dat de militaire machthebbers in Algiers achter de aanval zaten. Een uitgebreid onderzoek concludeerde dat de daders tussen Tripoli, Algiers, Beiroet en Rome hebben gereisd om uiteindelijk Tunesië via Tébessa binnen te komen.

Meerdere bronnen bevestigen de herkomst van de aanvallers en hun banden met Algiers. Ezzeddine Chérif was lid van Polisario en werd door de Algerijnse militaire veiligheidsdienst getraind. Het is ook bewezen dat hij in 1977 de Algerijnse kolonel Slimane Hoffmann heeft ontmoet. Beide hebben de operatie van Gafsa besproken.

Een andere getuigenis komt van Othman Kechrid die in 1980 minister van Binnenlandse Zaken was: "De Libische betrokkenheid bij de organisatie, financiering en uitvoering van de aanval op Gafsa was overduidelijk. Tijdens hun verblijf in Algerije werden de commando's door een paar functionarissen van de veiligheidsdienst getraind."

Maar het idee van de operatie kwam volgens Tunesische nieuwssite Leaders van 21 januari 2013 van president Boumediene. Hij gaf enkele maanden voor zijn dood opdracht om de actie in Tunesië uit te voeren. Hassan II (1929-1999) was de eerste en een van de weinige staatshoofden die destijds zijn solidariteit met Tunesië betuigde. Zender Antenne 2 TV citeerde hem in februari 1980: “Marokko staat klaar in het geval dat Tunesië wordt aangevallen. Wij hebben al stappen ondernomen om de Tunesische bevolking te steunen, ook militair”.

Inmenging na de Arabische lente

Na de fatale "Jasmijnrevolutie" (beter bekend als Arabische lente) namen de pogingen tot destabilisatie door het Algerijnse regime toe. Na de val van Zinedine Ben Ali (1936-2019) op 14 januari 2011 voerde het Algerijnse regime een eigen oorlog achter de schermen die leidde tot de installatie van Kaïs Saied. Het regime was bang voor de verspreiding van de revolutie in eigen land en voor een sterk en soeverein Tunesië geleid door een democratische en onafhankelijke elite.

Onderzoeksjournalist Nicolas Beau van Monde Afrique schrijft dat met de overeenkomst van 07 oktober 2025 het regime in Algiers een signaal wil geven aan de Tunesische bevolking en aan het leger. Het regime van Kaïs Saïed blijft overeind. In geval van een volksopstand zal het Algerijnse leger ingrijpen.

Volgens tijdschrift Le Point van 26 maart 2023 heeft de opstand van 2011 de geleidelijke neergang van Tunesië ingeluid waarvan de Algerijnse overheersing het logische gevolg is. Het land staat op de rand van economische ineenstorting en is beroofd van jong en goed opgeleide kaders zoals artsen, ingenieurs, piloten en financieel experts. Die zijn naar het buitenland vertrokken.

Houari Tigharsi, een voormalig Algerijns parlementariër en economisch expert verklaarde in juli 2022 op zender Sky News (Arabic): “Laten we eerlijk zijn, Tunesië wordt beschouwd als een van de belangrijkste Algerijnse wilayas (provincies)." De Algerijnse president verklaarde dat de veiligheid van de president van Tunesië de verantwoordelijkheid is van Algerije. Het parlementslid zegt hardop wat de politieke en militaire elite in Tunesië denkt.

Maar hoe zit het met de rol van het Tunesische leger? Zo sluit de auteur zijn bespreking af. Is het medeplichtig aan de neergang waar het land is terechtgekomen of is het ook zelf door Kaïs Saied gegijzeld, een president die door toeval aan de macht is gekomen? Een vraag die alleen het leger zelf moet beantwoorden en tevens verantwoording moet afleggen voor de wandaden begaan sinds de staatsgreep van 14 januari 2011.

Afbeelding: de gearresteerde aanvallers op Gafsa in de rechtbank. Bron: archieven Tunesiche krant Al Amal (العمل) van 28 maart 1980. 

Meer lezen over hetzelfde onderwerp:  

Algerije destabiliseert en isoleert zichzelf
Spaanse minister van Buitenlandse Zaken wil dat Algerije stopt met inmenging in de interne aangelegenheden van zijn land. Dat zei hij in een interview op zondag 23 april 2023 met dagblad El Espanol. In 2022 zei Algerijnse president Abdelmadjid Tebboune dat Spanje een onvriendelijk gebaar heeft gemaakt jegens zijn land. Aanleiding was de erkenning door Spanje van de soevereiniteit van Marokko over de Westelijke Sahara. Algerije beëindigde eenzijdig het vriendschapsverdrag met Spanje en sloot het land af voor Spaanse bedrijven...