Skip to main content
Weather Data Source: Wettervorhersage Agadir 30 tage

Gepubliceerd: 27 april 2026

Een analyse van de arbeidsmarkt tussen 2007 en 2025

In  de aanloop naar de verkiezingen van 2021 beloofde huidige premier Aziz Akhannouch (regerende RNI partij) een miljoen banen in vijf jaar tijd te creëren. Hij  won overweldigend en is tot september 2026 aan het roer. Econoom Badr Elhamzaoui heeft voor krant Medias24 een analyse gemaakt van de arbeidsmarkt in de periode van 2007 tot 2025. De analyse is gebaseerd op de gegevens van het Hoge Commissariaat voor Planning (HCP). Het jaar 2026 is niet meegerekend. Onderaan de belangrijkste conclusies.

Naast een miljoen banen beloofde de nieuwe RNI-regering een verhoging van 30% van de arbeidsparticipatie van vrouwen. Beide doelen zijn echter niet gehaald. Eind 2025 bedroeg de netto toename van het aantal banen slechts 95.000, een niveau dat ver onder de gestelde doelstelling ligt. Voor vrouwen is de participatie  verder gedaald met 19,1%.

Tijdens de presentatie van zijn rapport aan beide kamers van het parlement verklaarde premier Akhannouch dat er ongeveer 850.000 banen buiten de landbouwsector zijn gecreëerd. De werkgelegenheid buiten de landbouwsector bleef inderdaad beter draaien en creëert nog steeds banen. Maar dit lost het fundamentele probleem niet op. De toezegging betrof de totale netto werkgelegenheid en niet alleen de werkgelegenheid buiten de landbouwsector. 

Ook op dit punt is het rapport van de premier onnauwkeurig. De berekeningen omvatten het jaar 2021 terwijl zijn huidige regering pas in oktober van dat jaar aantrad. Een coherent rapport zou daarom het hele jaar moeten omvatten. 

De periode van 2022 tot 2025, inclusief 2026 na afloop van het fiscale jaar, zou in aanmerking worden genomen. Anders zou deze regering op basis van zes jaar worden beoordeeld. Rekening houdend met de periode die daadwerkelijk overeenkomt met zijn ambtstermijn, bedraagt ​​de netto banengroei buiten de landbouwsector momenteel 685.000. Na aftrek van het banenverlies in de landbouw, dat neerkomt op 590.000, blijft er een netto banengroei over van slechts 95.000. 

Het is ook belangrijk om te merken dat het jaar 2026 nog niet is meegeteld. Dat is een jaar waar veel regen is gevallen. De minister van Landbouw gaf ook aan dat de graanproductie naar verwachting bijna 90 miljoen kwintaal zou bedragen. De werkgelegenheid in de landbouw is sterk afhankelijk van de regenval en de graanoogst. Onder deze omstandigheden zal de werkgelegenheid naar verwachting in 2026 weer een positief saldo bereiken. Daarnaast blijft de werkgelegenheid buiten de landbouw dynamisch met een netto toename van 685.000 banen. Dit is tevens de sector waarop overheidsbeleid de meest directe impact kan hebben. 

Het is echter belangrijk om te weten dat een deel van de gecreëerde banen buiten de landbouw voortkomt uit de overheidsinvesteringen in infrastructuur, met name in het kader van de voorbereidingen voor de Africa Cup of Nations (AFCON) van 2025 en het WK van 2030. De overheid kan daarom een ​​aanzienlijke bijdrage claimen op dit gebied. Omgekeerd is de werkgelegenheid in de landbouw voornamelijk afhankelijk van regenval en droogte. De impact van de overheid is daarom op korte termijn beperkt. Oplossingen liggen op de middellange en lange termijn, met name door de geleidelijke overplaatsing van landarbeiders om productievere sectoren te ondersteunen. 

Economen, landbouwkundigen en sociologen gespecialiseerd in niet-stedelijke gebieden zijn van mening dat de werkgelegenheid in de landbouw grotendeels behouden zouden zijn gebleven ondanks de droogte als het overheidsbeleid sinds eind jaren negentig zich niet zo sterk op het aanbod had gericht waardoor de grondwaterreserves worden uitgeput ten behoeve van particuliere belangen. Los van de resultaten van een enkele regeerperiode is werkgelegenheid een groot, hardnekkig en structureel probleem.

Maar deze kwetsbaarheid is niet nieuw. Ze komt voort uit een langdurig onevenwicht op de arbeidsmarkt waar groei buiten de landbouw zich niet snel genoeg vertaalt in nieuwe banen, waar de participatie van vrouwen uitzonderlijk laag blijft en waar schommelingen in niet-stedelijke gebieden de hele markt blijven beïnvloeden. De eerste uitdaging is de instabiliteit van de banengroei. Marokko kampt niet alleen met een tijdelijk tekort aan banen, maar met een grillig verloop, waarbij jaren van banengroei worden afgewisseld met jaren van banenverlies. Deze onregelmatigheid verhindert dat de arbeidsmarkt een duurzaam evenwicht bereikt.

Het belangrijkste keerpunt blijft 2020 toen de uitbraak van corona tot massaal banenverlies heeft geleid. Het herstel in 2021 was onvoldoende om een ​​stabiele groei te herstellen. De jaren 2022 en 2023 werden opnieuw gekenmerkt door aanzienlijke zwakte, voordat er in 2024 en vervolgens in 2025 een herstel plaatsvond.

Dit herstel weerspiegelt een cyclische verbetering. De economie begint weer banen te creëren, maar nog niet in een tempo groot genoeg om het evenwicht te bereiken. De arbeidsmarkt lijdt niet alleen onder een gebrek aan banen. Ze lijdt ook onder het onvermogen om de creatie van banen op de lange termijn vol te houden. Zolang de groei van het ene jaar het volgende jaar tenietdoet of verzwakt blijft de situatie zorgelijk. Het terugdringen van de werkloosheid blijft daarom beperkt en de landbouwsector blijft onevenwichtig.  

De tweede uitdaging is de doorslaggevende rol van de landbouw in de algehele ontwikkeling van de werkgelegenheid. De gegevens laten duidelijk zien dat werk buiten de landbouw het grootste deel van de banen creëert. Zowel in 2024 als in 2025 komt de verbetering van de algehele balans voornamelijk voort uit niet-agrarische activiteiten. De arbeidsmarkt blijft daarom achter vergeleken met de niet-agrarische sectoren. Zo zijn er tussen 2016 en 2025, in slechts tien jaar tijd ongeveer 1,272 miljoen banen in de landbouwsector verloren gegaan. 

Deze afhankelijkheid betekent dat Marokko zijn arbeidsmarkt nog niet volledig heeft losgekoppeld van de onzekerheden in de landbouw en de effecten van het klimaat. Hoewel de economie inderdaad minder agrarisch wordt – het aandeel van de landbouw in de totale werkgelegenheid is gedaald van 40,2% in 2010 naar 25,5% in 2025 – is deze transformatie nog niet voltooid. De trends in werkgelegenheid zijn namelijk nog steeds grotendeels afhankelijk van de landbouw, wat de arbeidsmarkt verzwakt.

Op de lange termijn zou een daling van de werkgelegenheid in de landbouw tot ongeveer 10% een verdergaande structurele transformatie van de Marokkaanse economie weerspiegelen en de arbeidsmarkt minder kwetsbaar maken voor schommelingen in de landbouwsector.

Vrouwen blijven het zwaarst getroffen. Gegevens van de Hoge Commissie voor Planning (HCP) tonen aan dat de werkloosheid hoog was vóór de uitbraak van corona en een nieuw hoogtepunt bereikte in het derde en vierde kwartaal van 2019, met een piek van 10,2%. De situatie verslechterde vervolgens tijdens de gezondheidscrisis, toen het percentage werkeloze vrouwen 12% naderde. Sindsdien heeft de arbeidsmarkt zich niet meer hersteld. 

De werkloosheid verslechterde opnieuw in 2023 en heeft in 2024 een piek van 13,3% bereikt. Het is belangrijk op te merken dat de werkloosheid gedurende de gehele periode van 2007 tot 2025 nooit onder de 9% is gedaald. Hoewel een percentage van 13% bijzonder hoog is, weerspiegelt het vooral de aanhoudende dynamiek van de economie. Zelfs wanneer er nieuwe banen komen blijven ze vaak te klein of te instabiel om de werkloosheid langdurig te verminderen.

De situatie van vrouwen illustreert duidelijk de zwakke punten van de arbeidsmarkt. De werkloosheid is al lange tijd hoog. Officiële gegevens tonen een snellere stijging vergeleken met de rest van de beroepsbevolking. Wanneer de arbeidsmarkt krapper wordt lijken vrouwen het meest kwetsbaar voor baanverlies. Zo is de werkloosheid onder vrouwen in 2016 gestegen van 10,9% naar 20,5% in 2025, een toename van bijna tien procent in tien jaar tijd. Een aanzienlijk deel van de werkende vrouwen werkt in de landbouw. ​​Wanneer de economie weinig banen creëert en de landbouwsector massaal banen schrapt, worden vrouwen als eerste getroffen.

De jeugdwerkloosheid kan niet langer worden genegeerd. Eind 2025 bereikte het percentage jongeren voor 15 tot 24 jaar een hoog niveau, vooral in stedelijke gebieden, waar de werkeloosheid 48% bedroeg. Dit cijfer moet echter nauwkeurig worden geïnterpreteerd. Het betekent niet dat één op de twee jonge stedeling werkloos is. Het betekent dat 48% van de jonge stedelingen actief op de arbeidsmarkt en werk zoeken, geen baan heeft. In absolute termen zal het aantal werklozen tussen 15 en 24 jaar naar verwachting in 2025 bijna 495.700 bedragen, waarvan 366.500 in stedelijke gebieden en 129.100  buiten de steden. Gegevens over de arbeidsparticipatie laten een andere trend zien die vaak minder wordt besproken maar zeer belangrijk is.

Op de lange termijn daalt het aandeel van de beroepsbevolking op de arbeidsmarkt. Deze daling is zichtbaar op nationaal niveau en is nog sterker bij vrouwen. Wanneer deze activiteit afneemt daalt het aantal banen aanzienlijk. Veel mensen zoeken echter niet actief naar werk vanwege verantwoordelijkheden binnen het gezin, beperkingen van vervoer en bij gebrek aan alternatieve mogelijkheden. Ze verlaten de arbeidsmarkt in plaats van als werkloos te worden ingeschreven. Dit is een zorgwekkend signaal. De precieze oorzaken moeten nauwkeurig worden onderzocht. Voor een land als Marokko dat zijn ontwikkeling wil versnellen, een robuuste groei wil behouden en een daling van middeninkomen wil tegenhouden, vormt de afname van de beroepsbevolking een zwak punt.

Er is een geleidelijke toename van het aandeel afgestudeerden op de arbeidsmarkt. De gegevens wijzen op een significante structurele verandering. Het aantal afgestudeerden met een baan is nu groter dan het aantal niet-afgestudeerden. Deze verschuiving begon in 2023 en heeft zich sindsdien voortgezet. Tussen 2007 en 2024 (gedetailleerde gegevens voor 2025 zijn nog niet beschikbaar) steeg het aandeel afgestudeerden op de arbeidsmarkt van ongeveer een derde tot meer dan de helft. Dit kan worden verklaard door de relatieve afname van laaggeschoolde arbeid, met name in de landbouw en plattelandsactiviteiten.

Betaald arbeid neemt toe, terwijl onbetaalde arbeid afneemt. Tussen 2007 en 2025 daalde het aandeel onbetaald werk van 26,1% naar 9,3%. In absolute termen betekent dit een afname van ongeveer 2,6 miljoen naar bijna 1 miljoen banen in dezelfde periode. In Marokko is een aanzienlijk deel van onbetaalde werk verbonden aan het platteland en de familielandbouw. ​​De daling ervan is daarom niet alleen een teken van een verbetering van de kwaliteit van de werkgelegenheid. Het hangt ook samen met de krimp van de werkgelegenheid in de landbouw en de afname van bepaalde vormen van traditioneel werk op het platteland. 

Meer lezen over hetzelfde onderwerp: 

Oxford Handbook voor economie in Marokko
Het Policy Center for the New South heeft in samenwerking met Oxford University Press een handboek gepubliceerd over de economie in Marokko. Volgens de auteurs is dat het eerste handboek over een Afrikaans land. Het eindigt met een open vraag: kan Marokko zijn behaalde successen omzetten in duurzame groei? Het Oxford Handbook of the Moroccan Economy werd op 9 april op de campus van de Polytechnische Universiteit (UM6P) in Rabat gepresenteerd. Het hoort volgens krant LeDesk in de categorie publicaties die je thuis moet hebben. Het is de eerste keer dat een Afrikaans land een dergelijk werk publiceert. Een verdienste van Oxford die een internationaal naslagwerk durft te publiceren over een continent dat nog ontbreekt in de boekwinkels.

Rapport Standard & Poor over investeren in Marokko
Het Amerikaanse ratingbureau Standard & Poor's (S&P) heeft de rating van de Marokkaanse staatsobligaties verhoogd van BB+/B naar BBB-/A-3. De toegekende rating bevestigt volgens experts de veerkracht van de economie in het licht van de opeenvolgende schokken die de wereldeconomie hebben getroffen. Onderstaande bespreking is van Soufiane Chahid en verscheen eerder in krant L'Opinion. Ondanks de recente schommelingen de internationale handel veroorzaakt door het nieuwe Amerikaanse tariefbeleid heeft Marokko volgens het rapport een solide koers aangehouden. S&P benadrukt dat de reële groei van het bruto binnenlands product (bbp) naar verwachting gemiddeld 4% zal bedragen over de periode 2025-2028. Het bureau waarschuwt echter wel voor de sterke afhankelijkheid van Marokko van de landbouw, een sector die direct bloot staat aan schommelingen van het klimaat en aanhoudende droogte.

Selectie economisch nieuws van week 08-15 december 2025
Een nieuw project voor de productie van groen waterstof en ammoniak wordt in Dakhla in fases gebouwd. Dat heeft het bedrijf Dahamco SA vorige week via krant Le Matin bekend gemaakt. De eerste fase zal in 2031 voltooid worden en kan een miljoen ton groen ammoniak produceren. Het eindproduct is bestemd voor Antwerpen, Rotterdam en Amsterdam en is voor gebruik in industrie en scheepvaart. De kosten van de eerste fase worden geschat op vier miljard dollar. Het project ligt op een oppervlakte van 553.435 ha vlakbij de nieuwe haven Dakhla Atlantic Port.