Documenten over de gijzeling van 1979 in Iran
Op 04 november 1979 heeft een pro Ayatollah Khomeini studentengroep de Amerikaanse ambassade in Teheran bestormd en diplomaten gegijzeld. De gijzeling zou 444 dagen duren en drukt nog altijd een stempel op de betrekkingen tussen beide landen en op de rest van de wereld. Maar het had anders gekund als toenmalige president Jimmy Carter (1924-2024) had ingegrepen zoals zijn adviseurs hebben aangeraden. Dat staat in recent vrijgegeven documenten gepubliceerd door het National Security Archive.
De gijzeling van de diplomaten gebeurde kort na de val van sjah Mohammad Reza (1919-1980) die naar Marokko vluchtte voordat hij naar Amerika ging waar Jimmy Carter net aan de macht kwam. Een jaar eerder nog heeft de voormalige president de sjah publiekelijk geprezen als een groot staatsman en zijn land als een oase van stabiliteit in een onrustige regio. De toespraak werd in kringen van de Iraanse oppositie geïnterpreteerd als een voortzetting van de Amerikaanse hulp aan de dictator. De sjah zelf was vol vertrouwen dat hem niets zou overkomen. In een toespraak op 28 juni 1978 zei hij: "Niemand kan mij omverwerpen. Ik heb de steun van de meeste mensen, van alle arbeiders en van zevenhonderdduizend soldaten."
In werkelijkheid was de sjah een van de meest gehate personen in Iran van na 1953 toen Amerika en Groot-Brittannië het regime van Mohammad Mossadegh (1882-1967) omverwierpen. In november 1978 waren de demonstraties door studenten uitgegroeid tot een volksbeweging. Op 16 januari 1979 moest hij het land uit. Hij zou van januari tot maart bij Hassan II verblijven voordat hij om medische redenen naar Amerika ging. Carters adviseurs hebben zijn toegang tot Amerika afgeraden. Twee weken later kwam Ayatollah Khomeini (1902-1989) terug uit Frankrijk waar hij in ballingschap leefde. Uit vrees voor een Amerikaanse interventie zoals in 1953 namen de studenten op 04 november 1979 de Amerikaanse ambassade in.
Iran en Marokko
De sjah en Hassan II (1929-1999) waren goede vrienden. Abdellatif Filali (1929-2009), voormalige minister van Buitenlandse Zaken, schreef in zijn memoires over het staatsbezoek van april 1968: "Bij aankomst in Teheran namen de Sjah en Hassan II plaats in een voertuig zonder dak. De sjah zei: “Wist u dat ik voor het eerst door Teheran rij in een voertuig zonder dak?” Hassan II keek hem verbaasd aan en vroeg naar de reden. De Sjah zei glimlachend dat niemand in zijn land op hem zal schieten als hij naast een nakomeling zit van Ali en Fatima, de dochter van de profeet. Zodra het voertuig de stad binnen reed hoorden ze het geroep van de mensen op straat: "Ya Ali, Ya Hussein!"
Na de val van de sjah bleef Hassan II in contact met de nieuwe machthebbers. Abdelhadi Tazi werd als ambassadeur aangesteld. Hij had Khomeini twee keer in Irak ontmoet. De ambassadeur probeerde de ontvangst van de sjah in Marokko een religieuze betekenis te geven. Hassan II mobiliseerde zelfs religieuze geleerden die een brief aan de imam schreven om hem te feliciteren met zijn geslaagde revolutie. Khomeini reageerde door in 1980 de “Arabische Republiek van de Westelijke Sahara” te erkennen. De diplomatieke breuk was een feit. In de Iran – Irak oorlog die hierna volgde koos Hassan II de kant van Saddam. De dictator van Baghdad is inmiddels weg maar de banden met Iran zijn nog altijd niet hersteld.
Hoe zou de wereld eruit hebben gezien als Jimmy Carter sneller had gereageerd op de gebeurtenissen van 1979 in Iran? Volgens de vrijgegeven documenten waren de gevolgen van het niet tijdig reageren groot. De trage reactie op de gijzeling droeg bij aan de wereldwijde beeldvorming over de Amerikaanse onmacht. Carter werd mede hierdoor niet voor een tweede termijn herkozen. De gijzeling heeft verder in de decennia daarna in het Midden Oosten en in Noord Afrika als voorbeeld gediend voor allerlei extremisten om politieke en religieuze conflicten te beslechten.
Afbeelding: studenten in Iran namen op 04 november 1979 de Amerikaanse ambassade in. Bron: National Security Archive.
Meer over hetzelfde onderwerp:
Over de export van de Iraanse revolutie
The Caliph and the Imam is een publicatie uit 2023 over de strijd om de macht tussen de soenni’s en de sjia’s vanaf het begin van de islam tot vandaag. Goed gedocumenteerd werk met niet eerde gebruikte bronnen waarin Marokko vier keer voorkomt. De eerste keer dat Marokko met de sjia in aanraking kwam was in de 10de eeuw toen een paar vervolgde gelovigen uit het Midden Oosten in regio Souss terecht kwamen. In onze tijd kwam Iran vooral in het Marokkaanse nieuws nadat Imam Khomeini in 1979 het regime van de sjah omver heeft geworpen en de Islamitische Republiek stichtte. Daar heeft Marokko in 2018 de diplomatieke banden mee gebroken wegens vermeende banden tussen Hezbollah in Libanon en Polisario in Algerije. De export van revolutionair geweld is een speerpunt van de buitenlandse politiek van de Islamitische Republiek in Iran. De nieuwe publicatie besteedt er een hoofdstuk aan: Export and Containment of Revolution. In dit PDF document zijn een paar bladzijden vertaald naar het Nederlands. Referentie boek: The Caliph and the Imam. The Making of Sunnism en Shiism. Oxford University Press, 2023.
Ebrahim Raïsi, de beul van Iran verongelukt
De Iraanse president Ebrahim Raïsi, een hardliner die de bescherming van de hoogste geestelijke leider van het land geniet, is op 63 jarige leeftijd bij een crash met een helikopter verongelukt. Zijn landgenoten herinneren hem als de slager van 1988 die toezicht hield op de executie van duizenden mensen. Raïsi is in 2021 tot president gekozen te midden van grote inspanningen van zijn land om uranium te verrijken ten einde een atoombom te maken. Een grote aantal drones en raketten is onder zijn bewind op aartsvijand Israël afgevuurd. Afspraken over de atoombom zijn inmiddels met de internationale gemeenschap gemaakt. Maar Israël stond nog altijd hoog op zijn agenda. Zijn harde lijn wordt niet door iedereen gedeeld.