Skip to main content
Weather Data Source: Wettervorhersage Agadir 30 tage

Gepubliceerd: 19 mei 2024

Geschiedenis: honing in Noord Afrika

Honing heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in de voedsel en in de traditionele geneeskunde in Noord Afrika. De bijenteelt bestaat in alle regio’s en is sinds de Oudheid gedocumenteerd. Ook de nomaden in de Sahara droegen korven mee gemaakt van alfa. Hieronder een paar feiten over honing ter gelegenheid van de Internationale Dag van de Bij.

De bij in Noord Afrika lijkt genetisch het meest op de Europese variant. In de bergen voedt de bij zich met een rijke flora zoals heide (Erica multiflora), arbustus (Arbustus unedo), lavender, thuya, thijm, malrove, euphorbia en de verschillende soorten citrus. In de groene valleien eten de bijen hanenkam, oxalis, ravenele, bernagie, mellot, distel en knoopkruid,

Om diverse soorten honing te maken kweekte men bloemen van luzerne, klaver, linzen en in de moderne tijd ook eucalyptus geïmporteerd in 1863 uit Australië. De bloem van eucalyptus trekt in de winter bijen aan door de hoge kwaliteit van de pollen. Honing op basis van acacia bloem behoort tot de beste. In de wintermaanden wordt de bloei van Japans mispel en citrus bijzonder gewaardeerd door de bijen.

Naast slecht onderhouden, ongezonde korven, zeldzame ziektes en parasieten hebben bijen nog een vijand. Dat is de bijeneter, een klein geel en bruin gekleurd vogeltje (merops apiaster). Het komt voor in Centraal- en, Zuid-Europa en in Noord- en Zuid-Afrika.

Herodotus heeft van alle schrijvers uit de Oudheid het meest over mensen en culturen in Nord Afrika geschreven. Hij signaleerde in de 5de eeuw het belang van honing bij de Gyzanten, een stam in huidig centraal Tunesië: “In hun land maken de bijen veel honing. Men zegt dat ze ijverige imkers hebben die daar nog meer honing maken.”

Historicus S. Gsell gespecialiseerd in Noord-Afrika schreef vorige eeuw over bewijzen van de productie van honing in Libië in de Punische tijd. De bijenteelt was zover gevorderd dat de imkers meerder keren per jaar honing konden oogsten.

Bewijzen van bijenteelt in Marokko van voor de Romeinse tijd zijn gevonden bij Melilla aan de Middellandse Zeekust. Tijdens een opgraving zijn munten gevonden waarop een bij is afgebeeld, zie deze afbeelding uit de Encyclopédie berbère. 

Een maaltijd met spelt uit de Romeinse tijd droeg de lokale naam Alica Punica en werd gemaakt van kaas, eieren en honing.

Plinius de Oudste geboren in Noord-Italië schreef in de eerste eeuw na Christus dat de bijen in Afrika veel honing maken.

In 1935 zagen Franse onderzoekers Th. Rivière en J. Faublée tijdens hun reis in de Sahara nomaden met bijenkorven gemaakt van alfa en vastgebonden op de rug van lastdieren.

Er zijn verschillende soorten bijenkorven. Traditionele korven zijn vaak rond, ovaal en klein. Ze zijn minder efficiënt dan de moderne vierkante die tot 50 kilo aan honing kunnen opleveren.

Om honing te oogsten gebruikt men een accessoir om rook te maken die de bijen uit de korf verjaagt. Dit is een gesloten kom van klei met een handgreep en gaten in de bovenkant, zie deze afbeelding uit de Encyclopèdie. 

Naast honing van geteelde bijen worden ook allerlei soorten wilde honing erg gewaardeerd. Maar dat is niet altijd op voorraad en is daarom veel duurder.

Bron: Apiculture, artikel in: Encyclopédie berbère. Deel VI, 1989. De encyclopedie is een UNESCO project over de geschiedenis van Noord Afrika. Het project begon in 1970, delen van de encyclopedie verschijnen nog steeds.    

Afbeelding: iStock Photo